Pelgrimgangers

Een pelgrim op reis naar Santiago de Compostella

Zoals vaak in de geschiedenis te zien valt, is het verleden de bron van veel eigentijdse gebeurtenissen. Sinds een jaar of tien kloppen er reizigers aan bij de kerk van Buurmalsen.
Zij willen een stempel en een handtekening in hun pelgrimspaspoort. Dat ze tevens even willen rusten en de kerk bekijken, is dan mooi meegenomen. En ik moet zeggen dat het vaak een genoegen is om een praatje aan te knopen en te horen wat de reden is van deze reis, hun drive, zeg maar.

Waar komt deze speciale aandacht voor Santiago vandaan?
Er zijn toch wel andere bedevaartsplaatsen, ook dichterbij? Ik noem even Kevelaar, Lourdes, en ook natuurlijk Rome en Jeruzalem! Wel, laat ik beginnen bij de oorsprong van de belangstelling voor Santiago.

Eén van de volgelingen van Jezus, één van de Apostelen, was Jacobus. Daar waren er twee van, maar ik doel op Jacobus de Meerdere. Nadat de vervolging van deze eerste Christenen hevig begon te worden, gingen zij uiteen en trokken in alle windrichtingen de toenmalig bekende wereld in om het Evangelie te verkondigen. Jacobus ging naar Spanje en predikte daar met succes. Maar in het jaar 44 ging hij, samen met een aantal van zijn volgelingen, terug naar Jeruzalem. Waarschijnlijk om te zien of hij enige van zijn mede apostelen kon ontmoeten.

Daar is hij echter herkend, gevangengenomen, veroordeeld en onthoofd. Zijn lichaam werd over de muur van de stad naar buiten gegooid. Daar hebben zijn volgelingen hem opgepakt en zij zijn met spoed afgereisd naar hun thuisbasis in noordwest Spanje. De geschiedenis vertelt dat zij een sterke wind in de rug hadden en dat hun scheepje over de golven vloog, zonder hinder van wat dan ook.

Daar hebben zij Jacobus begraven. Na een aantal jaren is zijn graf vergeten. Tot er op een zeker moment iemand een ster boven een plek in het veld zag staan. Bij nadere inspectie bleek het te gaan om het graf van Jacobus. Door deze bijzondere gebeurtenis was de aandacht van de mensen weer sterk gericht op deze plaats. Men bouwde er een kapelletje en de bezoekersstroom kwam op gang.

Van heinde en ver zijn de mensen daar heen getrokken om te bidden bij het graf van Jacobus. Weldra veranderde de naam in Sant Jago De Compostella.  De heilige Jacobus van de ster in het veld. Nu Santiago de Compostella zo in het middelpunt van de belangstelling kwam, was een kapelletje niet meer voldoende. Er kwam een echte kerk, en tenslotte de huidige kathedraal. Vanuit alle landstreken volgde men de mare van deze plaats en vaste routes ontstonden. Ook ontstonden er informatiepunten om aanstaande reizigers van informatie te voorzien. In Utrecht is ook nu zo`n bron van kennis, het Genootschap van St. Jacob.

Iets nieuws ontstond er lang geleden in onze contreien, toen er mensen gedwongen op pelgrimage gestuurd werden om een begane misstap goed te maken. Wanneer men, door het overleggen van voldoende bewijsmateriaal, kon aantonen dat de pelgrimsreis met succes was afgelegd, werden de fouten vergeven. Men werd dan weer opgenomen in de gemeenschap. Een bijwerking van zo`n volbrachte reis was, en is nog steeds, een bewijs van doorzettingsvermogen. Daarmee werd duidelijk dat men op je bouwen kon. Eén van de bewijzen is de beroemde Jacobsschelp, opgeraapt van het strand bij Cap Finisterre. Die naaide men op de hoed of droeg die aan een touwtje om de hals.

In Buurmalsen ontdekte men tijdens de grote restauratie in de jaren tachtig de schildering van Jacobus op een van de muren van de toren. Toen besefte men weer dat ons kerkje op deze route ligt.
Sinds 2008 kan de reiziger hier weer zijn stempel krijgen en de kerk bezichtigen. Een overnachting zoals in vroeger eeuwen is er niet meer bij. Maar “aanschouwelijk onderwijs aan de muren der toren” is nog steeds een mooie onderbreking van een drie maanden durende voettocht naar Santiago. En dan moet je ook nog terug………!

Dick van Maaswaal

Lettertype formaat aanpassen